Wijze ondersteuning jonge kind / VE

Breed Spil ZorgTeam 

Uw kind gaat naar een SPIL-centrum. Het doel van een SPIL-centrum is de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar zo goed mogelijk te laten verlopen en indien gewenst ondersteuning te bieden aan u als ouder(s)/verzorger(s) bij de opvoeding van uw kind. 

Het belang van uw kind staat voorop in alles wat wij doen. Dat betekent dat er overleg is tussen de verschillende partners in het belang van de ontwikkeling van uw kind. In het SPIL-centrum werken wij als school, Korein, WIJ-Eindhoven generalist Karin van Heugten (verbonden aan dit SPIL-centrum), GGD en Zuidzorg nauw met elkaar samen.  

Is het wenselijk dat de ontwikkeling van uw kind besproken wordt in het breed SPILzorgteam dan wordt u hiervan op de hoogte gesteld en de uitkomst wordt met u besproken. Of krijgt u een uitnodiging bij dit overleg aanwezig te zijn. 

VVE 

VVE staat voor en Vroegschoolse Educatie. Vanuit de overheid hecht men er veel waarde aan om de (taal)achterstanden die op jonge leeftijd kunnen ontstaan zo vroeg mogelijk te signaleren en een programma te bieden waardoor er geen achterstanden kunnen ontstaan. Hiervoor geeft de gemeente Eindhoven subsidie zodat kinderopvang en groepen 1/2 een op elkaar afgestemd programma en leerlingvolgsysteem hebben. Bij de dagopvang werken ze met de methode 'Uk en Puk' en op school wordt er gewerkt met de vervolgmethode 'Schatkist'. De rode draad in deze methodes is hetzelfde. Er is dus sprake van een doorgaande lijn. 

Er is binnen het SPIL-centrum een VVE-coördinator die samen met de pedagogisch medewerkers en leerkrachten ervoor  zorgt dat er een doorgaande lijn is binnen het werken met jonge kinderen. We stemmen de thema's die we doen op elkaar af passend bij de doelgroep. We hanteren hetzelfde ontwikkelingsvolgsysteem, te weten KIJK!. 

De VVE-coördinator zorgt ervoor dat er regelmatig overleg is tussen Korein en school. De kinderen die van Korein komen als ze 4 jaar zijn, worden van te voren besproken zodat we op een zorgvuldige manier de groepen kunnen samenstellen. 

Elk jaar maken evalueren wij de kwaliteit van onze voor- en vroegschoolse educatie en maken wij verbeterplannen voor het nieuwe jaar. 

Overgangsbeleid groep 1-2 

De meeste leerlingen komen op school als ze 4 jaar geworden zijn. Hoeveel jaren een kleuter in de kleutergroepen blijft, is afhankelijk van wanneer de leerling geboren is. 

Hieronder volgen de criteria op grond waarvan een leerling in een leerjaar geplaatst wordt. 

•Kinderen die zijn geboren in de maanden januari t/m mei stromen in in een kleutergroep, maar zitten formeel nog niet in groep 1. Deze leerlingen maken het schooljaar af. Daarna volgen er nog twee volledige schooljaren in groep 1 en 2.  

•Kinderen die geboren zijn in de maanden juni (afhankelijk van wanneer de zomervakantie start), juli of augustus, starten het schooljaar direct na de zomervakantie. Ze starten dan in groep 1. Zij volgen twee jaar kleuteronderwijs. 

•Kinderen die geboren zijn in de maanden september t/m december mogen direct na hun vierde verjaardag starten in groep 1. Zij volgen in principe iets minder dan twee jaar kleuteronderwijs. 

In de periodes december en juni vullen we voor alle leerlingen het ontwikkelingsvolgsysteem "KIJK!" in. Voorwaarde is wel dat de leerlingen minimaal 6 weken op school moeten zitten. 

Op basis van de verkregen gegevens in groep 1 zal worden bekeken of de leerling voldoet aan de criteria om door te gaan naar groep 2. Als dat niet het geval is volgen er gesprekken tussen ouders, intern begeleider en leerkracht om te besluiten of het wenselijk en/of noodzakelijk is deze leerling langer in groep 1 te laten. 

Daarnaast worden de leerlingen gevolgd met de toetsen van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. 

Van leerlingen, bij wie er op grond van deze gegevens en observaties in de groep twijfel is of zij voldoen aan de criteria om succesvol door te stromen naar groep 3 voeren we gesprekken met ouders, intern begeleider en leerkracht of het wenselijk en/of noodzakelijk is deze leerling langer in groep 2 te laten blijven. 

Voor zowel groep 1 als groep 2 geldt, dat de leerkracht ook vanuit observaties gedurende het schooljaar een goed beeld van de leerling krijgt. Tijdens reguliere gesprekken met de ouders zal de leerkracht aangeven of de ontwikkeling voorspoedig verloopt of dat er op bepaalde ontwikkelingsgebieden extra inspanning nodig is. Als het nodig is dat een leerling langer dan gebruikelijk in groep 1 of 2 zal zitten, zullen de ouders hiervan in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte worden gebracht. Dit gebeurt in ieder geval na de eerste meetmomenten.