|
Vlinders
|
|
|
De atalanta
Wetenschappelijke naam : Vanessa atalanta. Verspreiding : Europa. De atalanta is gemakkelijk te herkennen: een zwarte vlinder met twee rode banen op zijn vleugels en bovenaan wat witte vlekken. Je kunt hem in heel Nederland tegenkomen. Ze zijn de hele zomer hier, in de herfst trek een deel ervan weer naar het zuiden. En weet je hoe je atalanta’s in je tuin kan lokken? Door in de herfst wat rottend fruit neer te zetten. Dat vinden ze heerlijk. Het bijzondere aan deze vlinder is dat het een trekvlinder is. Ieder voorjaar vliegt ze van Zuid Europa naar het noorden. Het is dus een echte goede vlieger. De rupsen van de atalanta leven vooral op de grote brandnetel. Ga ze maar eens zoeken. Je hebt het meeste kans bij de planten die aan de rand van het bos staan.
|
|
|
De kleine vos
Wetenschappelijke naam : Aglais urticae. De kleine vos kun je herkennen aan zijn prachtige kleuren. Het is een bruinrode vlinder en als je goed kijkt, zie je aan de rand van de vleugels allemaal blauwe vlekjes. Je kunt hem zien vliegen van april tot oktober, In de winter verstopt de vlinder zich onder planten, bladeren, in holle bomen of tussen takkenbossen. Soms zitten ze ook in schuurtjes of op een zolder. Daar blijven ze de hele winter zitten. Zodra het in het voorjaar weer warm genoeg is, komt de kleine vos weer te voorschijn. Het is altijd één van de eerste vlinders die je ziet vliegen in het voorjaar. Ze gaan dan op een zonnig plekje zitten om op te warmen. Als het weer kouder wordt zijn ze weer verdwenen. Vooral in augustus zitten er soms veel vlinders van deze soort tegelijk op distels. De kleine vos komt veel in Nederland voor. In de stad of in de tuin kun je hem tegenkomen. Het vrouwtje legt haar eitjes in grote pakketten en altijd op de grote brandnetel. Dat is namelijk de plant waar de rupsen graag van eten. Je vindt ze vaak op zonnige plekjes bijvoorbeeld in de bermen van wegen.
|
|
De citroenvlinder
Wetenschappelijke naam : Gonepteryx rhamni. Het mannetje van de citroenvlinder is gemakkelijk te herkennen aan zijn felgele kleur. Het vrouwtje is minder fel gekleurd. Hij vliegt in de maanden april, mei, juli en augustus. In de winter verstoppen ze zich onder planten, onder bladeren, in holle bomen of onder takkenbossen. Daar blijven ze de hele winter zitten, zelfs als het sneeuwt. Zodra het in het voorjaar warm genoeg is, komen ze weer te voorschijn. De citroenvlinder vliegt dus vaak als eerste vlinder rond. Hij gaat dan op een zonnig plekje zitten om op te warmen. De citroenvlinder komt in het hele land voor. Het is een goede vlinder die hele afstanden kan afleggen. Hij is vaak genoeg op zoek naar planten om genoeg nectar te kunnen drinken. Het vrouwtje legt haar eitjes meestal in bosranden. Dit komt omdat de rupsen sporkehout en wegedoornstruiken eten.
|
|